Derde zondag van de Veertigdagentijd
20 februari 2008
Jezus, bron van levend water.
Jezus komt aan bij de Jacobsbron en rust daar uit.
Wanneer een vrouw aankomt om water te putten zegt hij:
“Geef mij te drinken.”
Hij nodigt haar uit op hem in te gaan.
Zij spreekt haar verbazing uit over het gedrag van Jezus,
maar Jezus verlegt het accent van het gesprek naar het spirituele:
Jezus zegt dan dat hij haar levend water wil geven.
Wat is je bron in het leven?
Waar leef je uit? Waar leef je voor?
Wat is het belangrijkste in het leven?
Is dat alleen je natje en je droogje?
De vrouw wijst het niet af, maar reageert:
“U hebt niet eens een emmer en de put is diep”.
Ze interpreteert zijn woorden letterlijk.
Voor haar is water iets dat je moet gaan halen,
iets waar je moeite voor moet doen
en zo is dat voor ieder van ons.
Maar Jezus heeft het over een andere werkelijkheid,
hij zegt:”Wie drinkt van dit water, krijgt nog meer dorst,
maar wie van het water drinkt dat ik je zal geven
krijgt in eeuwigheid geen dorst meer, integendeel,
dat water zal in je opborrelen als een bron van duurzaam leven.”
Hij reikt iets aan waarvoor we open kunnen komen:
een leven met God, een leven vanuit zijn Geest.
Water is voor hem een levenswijze.
Die bron opent hij in de vrouw en in ieder van ons.
| < Vorige | Volgende > |
|---|



