Interview met Zuster Chantal
|
11 oktober 2011
Â
Op 11 juli kwam Zuster Chantal .........., een van onze Congolese medezusters, naar Nederland om voor drie maanden onderzoek te doen aan de Universiteit van Tilburg. Natuurlijk riep dat bij velen van ons nieuwsgierige vragen op: Onderzoek waarnaar? Aan de Universiteit? Maar ze is toch klaar met haar studie? Een rede voor Zuster Elly eens met Zuster Chantal in gesprek te gaan.
Zuster Chantal, zou je iets over jezelf kunnen vertellen?![]()
Ik werd geboren op 25 december 1971 in Kinshasa, als tweede in een gezin van acht kinderen. Mijn moeder was onderwijzeres en mijn vader was inspecteur bij het middelbaar onderwijs. Het was vooral mijn moeder die het geloof in God aan mij doorgaf. Tijdens mijn middelbare schooltijd werd ik vooral geraakt door wat God kan doen voor en door mensen. De Missionarissen van het Heilig Hart in onze parochie leerden ons dat we door het Hart van Jezus Gods liefde voor ieder van ons kunnen leren kennen. Zij brachten mij ook in contact met onze Congregatie. Kongo was in die tijd een missiegebied van onze Belgische medezusters en zij hadden in 1985 een noviciaat geopend.
Je besloot om je noviciaat te gaan doen?
Ja, maar niet in Kongo. Het noviciaat was niet in Kinshasa, maar ver weg op het platteland. De zusters stelden voor dat ik naar Kameroen zou gaan en met dat voorstel ging ik akkoord. Dat werd mijn eerste ervaring met een ander land en een andere cultuur. Ik was dan ook blij toen een andere vrouw uit Kongo zich bij ons voegde. Pas na mijn eerste professie ging ik terug naar Kongo, om mijn geloof te delen met mijn eigen volk. Ik ging werken in een parochie waar ik de verantwoordelijkheid voor de catechese kreeg.
Je ging catechese geven in de parochie voordat je theologie gestudeerd had?
Ja, op grond van de vorming die ik in het noviciaat ontvangen had, kon ik in de parochie aan de slag en het was heel fijn om als religieuze bij de mensen te kunnen zijn. In 1996 begon ik met mijn theologiestudie aan de universiteit van Kinshasa, maar in maart 1997 brak er oorlog uit en moesten we vluchten voor het geweld. De Congregatie besloot mij, samen met 5 medezusters, naar Rome te sturen. Daar studeerde ik verder aan de Gregoriana, de Katholieke Universiteit van de Jezuïeten in Rome, nadat ik eerst gedurende drie maanden een cursus Italiaans gevolgd had, want de cursussen aan de universiteit werden in het Italiaans gegeven. In de vakanties ging ik vaak in de Basiliek van Issoudun in Frankrijk helpen om op de bakermat van de Congregatie onze spiritualiteit aan mensen door te geven.
Werd je na je studie ook niet benoemd als lid van het Basiliekteam daar?
Ja ik zou daar werken in een internationaal team van zusters. Daarnaast zou ik tijd krijgen om onderzoek voor mijn doctoraal scriptie te doen. Maar het liep anders. Na een jaar werd ik gevraagd voor het Bestuur van de Afrikaanse Unie, die toen opgericht werd. Zo kwam ik in Ofcolaco, Zuid-Afrika terecht. Inmiddels was ik met mijn doctoraalstudie begonnen en die zou ik in Zuid-Afrika voortzetten. Al gauw bleek echter dat dit niet haalbaar was. Vanuit Ofcolaco was de Universiteit moeilijk te bereiken. Na vier maanden stelde mijn studiebegeleider me voor de keus: mijn bestuursfunctie in Ofcolaco voortzetten en stoppen met mijn studie of terugkeren naar Rome om mijn doctoraal af te maken. Zoals je weet heb ik voor het laatste gekozen. In 2009 was ik klaar met mijn studie en keerde ik naar Kongo terug.
Daar werk je nu aan de Universiteit van Kinshasa?
Ja, ik ben daar professor aan de Katholieke Universiteit. Ik doceer de Brieven van Paulus, Oudtestamentisch Hebreeuws en Nieuwtestamentisch Grieks. Daarnaast geef ik ook nog les aan het seminarie en verzorg ik bezinningsdagen voor het Bisdom.
Maakt het onderzoeksproject waarmee je nu bezig bent, deel uit van je werk als professor aan de universiteit? Waarom doe je dit onderzoek in Nederland?
Een van je taken als professor is inderdaad onderzoekswerk. Je bent verplicht om research te doen aan verschillende universiteiten. Ik was al bezig met een onderzoek naar wat Paulus onder zwakheid verstaat als hij in 2 Cor. 12 vers 9 zegt: "De kracht openbaart zich ten volle in zwakheid" en in 2 Cor. 12 vers 10 Â Â Â Â "want als ik zwak ben, dan ben ik machtig" . Toen ik ging kijken aan welke universiteit ik mijn onderzoek voort zou kunnen zetten, kwam ik bij de universiteit van Tilburg uit omdat zij een goed onderzoeksprogramma hebben, dat bovendien in het Engels was. Verder was voor mij heel belangrijk dat de universiteit dicht bij een communiteit is, zodat ik in de gemeenschap kan wonen. Daarom stuurde ik mijn onderwerp in met het verzoek hier research te mogen doen en de universiteit stemde hiermee in.
Hoe relevant is jouw onderzoek voor de wereld van vandaag?
Hoe we over 'zwakte' en ' sterkte/macht' denken is heel bepalend voor onze christelijke identiteit in een plurale context. In onze moderne maatschappij is de uitspraak van Paulus " Als ik zwak ben, dan ben ik sterk", zeker niet populair. Friedrich Nietzsche zei in zijn boek "De antichrist" (1888) al:Â " Wat is slecht? Alles dat voortkomt uit zwakte ." Zwakte had volgens hem dus alleen maar een negatieve waarde. Deze opvatting is ook overheersend in onze moderne wereld, terwijl Paulus toch een heel positieve waarde aan zwakte toekent. Wie zijn eigen zwakte niet onder ogen durft te zien, niet kan erkennen, kan ook God niet laten werken in zijn leven. Dan kun je Gods hulp in je leven niet accepteren. Dan kan God niet in jou wonen.
Wat betekent deze opdracht voor jou als religieus, voor onze Congregatie, voor de kerk in Afrika, voor de kerk in Europa?
Als religieus hoef ik niet de sterkste, de slimste, de knapste te zijn. Juist het bewustzijn van mijn eigen zwakte maakt me meer open voor God. Als ik me in al mijn kleinheid aan God durf toe te vertrouwen, kan ik groeien in mijn religieuszijn. Ik kan dan vertrouwvoller in het leven staan.
Als we in onze Congregatie onze eigen zwakheid accepteren, dan wordt het ook gemakkelijker om de zwakheden van anderen, binnen en buiten onze gemeenschap, te accepteren en minder snel te oordelen over mensen. Dan zullen we als Congregatie ook beter in staat zijn om mensen te laten voelen dat God van ze houdt. Als we als gemeenschap ons hart openen voor Gods genade, dan zullen we steeds beter in staat zijn om onze spiritualiteit uit te dragen.
Afrika kampt, zoals je weet, met veel problemen. Men spreekt wel eens van het 'verloren' continent. Alleen met Gods hulp zullen we in staat zijn om al deze moeilijkheden te overwinnen en te komen tot een samenleving waarin aan iedereen recht wordt gedaan.
In Europa zal het geloof alleen kansen krijgen, als men het idee dat alles wat voortkomt uit zwakte slecht is, los durft te laten en zich opnieuw open durft te stellen voor God. Ik heb er alle vertrouwen in dat dit zal gebeuren in Nederland. Het viel me op dat hier in Nederland zoveel 'leken' actief bezig zijn met geloof, godsdienst en theologie in tegenstelling tot in Kongo en Italië. Bovendien valt het me op dat hier het contact tussen Katholieken en Protestanten veel beter is dan bij ons.
Zuster Chantal, bedankt dat je tijd hebt willen maken voor dit interview. Inmiddels is het eerste hoofdstuk van je publicatie gereed. Op 5 oktober ga je weer terug naar Kongo. We wensen je veel succes met je werk dat je daar gaat voortzetten en we zijn er zeker van dat wij je hier in Nederland weer eens zullen mogen begroeten.Â
| < Vorige | Volgende > |
|---|



