Verhuizing van de laatste bewoners van het missiehuis naar Notre Dame
|
19 december 2010
 O
p 24 november j.l. namen de laatste vier bewoners van het Missiehuis in Tilburg hun intrek in Notre Dame. Een proces van verhuizingen dat enkele jaren geleden werd begonnen, bereikte hiermee zijn voltooiïng.In het verleden was het Missiehuis nauw verbonden met het leven van de Nederlandse MSC-Provincie; zozeer zelfs dat het haast als een 'visitekaartje' gold voor de broeders en paters die er hun opleiding ontvingen en vandaar werden uitgezonden naar werkterreinen in Nederland, maar ook ver over onze grenzen heen. Vanwege de toenemende vergrijzing, is men nu genoodzaakt om dit mooie huis te verkopen en dat vraagt van veel van het vermogen van de MSC-ers om los te laten.
Al tijdens de Kapittels in 2004 (FDNSC) en 2005 (MSC) werd besloten dat de MSC-ers hun intrek zouden nemen in Notre Dame. Dit besluit kwam niet uit de lucht vallen, maar kwam voort uit de intensieve samenwerking die er al jaren bestaat tussen de beide Congregaties, waarvoor de Stichter van onze religieuze families de fundamenten legde.
Omdat het verhuizen van een gemeenschap veel meer is dan het versjouwen van stoelen en tafels, was er veel overleg nodig. Een Commissie werd in het leven geroepen en alternatieven werden gewikt en gewogen. Op 3 en 4 april 2008 was het zover dat de eerste groep van 14 MSC-ers een gedeelte van ons huis kwam bewonen.
De laatste vier bewoners van het Missiehuis namen op 24 november 2010 hun intrek in Notre Dame.
Tijdens de koffie werden de nieuwe bewoners bijzonder welkom geheten door Zuster Mary Ringnalda, Provinciaal Overste van de FDNSC en las Pater Ben Verberne, Provinciaal Overste van de MSC, een bemoedigend verhaal voor dat gebaseerd was op de Heilige Schrift. Het verhaal ging over een mosterdzaadje en een moerbeiboom. Samengevat kwam het hier op neer:
De moerbeiboom was een gezellige boom met een dikke, stoere stam en een brede kruin. Kortom een aardige moerbeiboom, redelijk tevreden met zichzelf. Hij voelde zich nuttig! Alleen......er was iets niet in orde met zijn wortels.Hij praatte er met niemand over. Hij had het trouwens veel te druk met zijn rupsen en zijn vruchten. Er moest nog dit. Er moest nog dat. Maar ja... die wortels.... Hij wist dat er ergens nog een Bron moest zijn: een bron met water voor zijn wortels! Jaren geleden had hij daar volop van geleefd. Hij voelde toen echt contact met die Bron. Die gaf hem levensmoed en stil geluk. Dat waren prachtige jaren!
Maar nu waren die wortels aan het verdorren. Ze hadden geen verbinding meer met het water. De moerbeiboom vond dat steeds zorgelijker worden. Soms dacht hij: "Het ligt aan mijn omgeving en aan alle veranderingen die daarin plaatsvinden. Ik voel me hier niet meer thuis." De moerbeiboom werd er heel verdrietig van.
Een mosterdzaadje, dat vlak naast die grote moerbeiboom in het gras lag, maakte zich zorgen over zijn buurman. Op een goede dag raapte het mosterdzaadje alle moed bijeen en met een flinke stem zei hij tegen de moerbeiboom: "Maak je wortels los uit de grond en plant ze in de zee!" Het zaadje schrok van zijn eigen woorden. Maar jawel, midden in de nacht bracht het geloof van het mosterdzaadje die grote boom in beweging. De moerbeiboom maakte zijn wortels los en tsjoep, hij zweefde door de lucht. Eerst voelde hij zich hopeloos, belachelijk met zijn takken in de ijle lucht. Hij was al zijn zekerheden kwijt. Hij had geen vaste grond meer onder zijn voeten. Hij voelde zich leeg en hulpeloos. "God, houd mij vast", dacht hij, "want ik val!"
Maar toen de moerbeiboom een tijdje door de lucht had gezweefd, begon hij er plezier in te krijgen. Hij was niet meer zo bezorgd over zichzelf, maar meer over de mensen beneden. Hij zag de zon opgaan over goeden en kwaden. Ook deed die zwevende, onzekere moerbeiboom een grote ontdekking: hij was eigenlijk maar een heel klein, eenvoudig moerbeitje, gedragen door de wind, alsof een sterke hand hem vasthield en voorkwám dat hij naar beneden tuimelde. Toen gebeurde er nog iets bijzonders: de moerbeiboom kwam langzaam omlaag. Het leek alsof een hand hem naar beneden leidde. De moerbeiboom kwam niet meer terug op zijn oude vertrouwde plekje met zijn quasizekerheden, niet in de tuin waar de perken keurig waren aangeharkt. Nee, hij werd midden in de zee geplant en hij rilde er van.
Een moerbeiboom midden in de zee! De mensen keken hun ogen uit: die gezellige, oubollige moerbeiboom was voortaan een baken in zee. De schepen bepaalden hun koers door hem in het oog te houden. 's Avonds als de sterren begonnen te lichten, dan hoorde je een zwak zuchten in zijn bladeren: "Geef mij méér geloof, dan kan ik midden in de zee een baken van hoop zijn!" Zo wees hij de weg in het leven van de mensen.
En zijn wortels? Die begonnen te groeien, meters diep in de bodem. Zijn geloof werd heel sterk en zijn liefde werd zo wijd als de zee. En dat kwam nou allemaal door die verhuizing!
Reacties (1)
RSS feed Reactiesjammer dat de msc het missihuis moest verlaten.
1966-1971.
heb er heel erg veel aan opgedaan in die jaren en was een goede school geweest voor het verdere leven.
kyk elke week wel naar de website van de msc en zo blijf ik op de hoogte.
woon nu 6 jaar in sibiu roemenie.
voel me toch eigenlijk wel een beetje missionaris hier omdat ik coordinator mag en kan zyn voor een stihting die hulpgoederen zend naar hier.
het is een heel erg armoedig land en hulp is zeker hard nodig.
ik wens al mijn oude medebroeders en paters een gezegend kerstmis en gezegend nieuwjaar.
dank dat ik toch msc er mocht zyn.
vriendelijke groet van gerard van den helder
Schrijf reactie
| < Vorige | Volgende > |
|---|



